Informatie voor patienten

Hieronder treft u informatie aan over het Scalp onderzoek. Dit is een medisch wetenschappelijk onderzoek  naar de effectiviteit van microbloedonderzoek tijdens de baring.

 

Wat is het doel van het onderzoek?

Tijdens de bevalling wordt de conditie van de baby beoordeeld met behulp van cardiotocografie (CTG). Dit is een gelijktijdige registratie van de hartslag van de baby en de weeën van de moeder. Op onderstaande afbeeldingen ziet u een zwangere aangesloten aan het CTG-apparaat en een voorbeeld van een CTG-patroon.

 

 


 

 

 

 

Soms zijn er CTG-afwijkingen tijdens de ontsluiting die kunnen wijzen op zuurstoftekort bij de baby. In dat geval kan uw baby gebaat zijn bij het versnellen van de geboorte door middel van een keizersnede.

 

Een keizersnede is voor de moeder een zware ingreep met een grotere kans op complicaties en een langere hersteltijd dan bij een vaginale bevalling. Ook heeft het litteken in de baarmoeder mogelijk gevolgen voor een volgende zwangerschap. Een keizersnede willen we daarom het liefst alleen doen als het echt nodig is.

 

Als er geen of geringe afwijkingen aan het CTG patroon zijn is er geen probleem. We kunnen er vanuit gaan dat de baby in normale toestand verkeert. Het is veilig om het verdere beloop af te wachten. Er is ook geen twijfel wanneer het CTG patroon zeer ernstig afwijkend is : dan is zuurstoftekort bij de baby waarschijnlijk en er moet direct worden ingegrepen door middel van een keizersnede. Een probleem ontstaat er wanneer er matig ernstige afwijkingen in het CTG patroon zijn. We weten dan niet zeker of dit betekent dat de baby zuurstoftekort heeft. Er is twijfel: is een keizersnede nodig of (nog)niet?

 

Helaas komt een matig ernstig afwijkend CTG-patroon vaak voor  waarbij meestal toch geen sprake is van zuurstoftekort bij de baby. Om in dergelijke gevallen meer zekerheid te krijgen of een keizersnede nodig is, wordt vaak microbloedonderzoek gedaan. Bij microbloed-onderzoek wordt via de vagina een sneetje gemaakt in de hoofdhuid van de baby. Daarbij wordt wat bloed opgevangen om de zuurgraad (pH) en/of het lactaat (melkzuur)gehalte te bepalen. Een tekort aan zuurstof geeft namelijk verzuring van het bloed. Op onderstaande afbeelding ziet u hoe dat in zijn werk gaat.

 

 

 

Bij een goede microbloedonderzoek-uitslag wordt het verdere beloop van de ontsluiting afgewacht. Bij een twijfelachtige uitslag en/of bij blijvende CTG-afwijkingen wordt het microbloedonderzoek herhaald. Bij een afwijkende uitslag van het microbloedonderzoek wordt de geboorte versneld door middel van keizersnede. Op deze manier wordt geprobeerd alleen een keizersnede te doen als dat voor de baby echt nodig is.

 

Het nut van microbloedonderzoek is niet bewezen. In Europa wordt wel vaak microbloedonderzoek gedaan, maar in de Verenigde Staten vrijwel nooit en in Nederlandse ziekenhuizen wordt er heel wisselend gebruik van gemaakt. Om duidelijk te krijgen hoe nuttig en nodig microbloedonderzoek nou echt is zijn we dit onderzoek in een groot aantal ziekenhuizen in Nederland gestart.

 

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Om na te gaan of microbloedonderzoek nuttig en nodig is om onterechte keizersneden bij CTG-afwijkingen te voorkomen worden twee gangbare behandelmethoden met elkaar vergeleken.

 

De 1e methode is dat er bij matig ernstige afwijkingen van het CTG tijdens de ontsluiting microbloedonderzoek wordt verricht. Afhankelijk van de uitslag wordt dan de bevalling normaal vervolgd, waarbij later het microbloedonderzoek kan worden herhaald, of er wordt een keizersnede verricht.

 

De 2e methode is dat er bij matig ernstige afwijkingen van het CTG-patroon tijdens de ontsluiting direct een keizersnede wordt gedaan.

 

Wat houdt deelname in?

Uw baby wordt tijdens de bevalling bewaakt met continue cardiotocografie. Als het CTG patroon van de baby normaal is of zeer ernstige afwijkingen vertoont zal uw bevalling op dezelfde manier worden begeleid als wanneer u niet aan het onderzoek zou meedoen.

 

Alléén als er tijdens de ontsluiting matig ernstige CTG-afwijkingen zijn, dan wordt door middel van randomisatie (het lot) bepaald wat wordt gedaan:  

1.       Er wordt microbloedonderzoek gedaan. Afhankelijk van de microbloedonderzoek-uitslag wordt dan de bevalling normaal vervolgd, of het microbloedonderzoek wordt herhaald, of er wordt een keizersnede verricht.

2.      Er wordt geen microbloedonderzoek gedaan. Als het CTG afwijkend blijft, wordt een

      keizersnede verricht.

 

Na de geboorte is de zorg voor u en uw baby net zoals wanneer u niet aan het onderzoek zou meedoen. De toestand van uw baby direct na de geboorte wordt beoordeeld door het geven van de Apgarscore en het afnemen van bloed uit de navelstrengvaten van de nageboorte. Verder worden de manier van bevallen en een aantal gegevens van u en uw baby geregistreerd. Ook willen we graag uw ervaringen tijdens het onderzoek evalueren. Dit zal worden gedaan middels een vragenlijst (22 vragen) die u kort na de geboorte invult.

 

Wat zijn de eventuele risico’s?

Afhankelijk van de randomisatie wordt er bij u wel of geen micro-bloedonderzoek gedaan. Wanneer bij u wel microbloedonderzoek wordt gedaan kunnen wij u verzekeren dat In [naam deelnemend centrum] veel ervaring is met microbloedonderzoek. Toch is er altijd een kleine kans op complicaties. Meestal gaat dit om nabloeding of infectie van het sneetje. Deze complicaties hebben hoogst zelden blijvende gevolgen voor de baby. Wanneer bij u microbloedonderzoek wordt verricht, bestaat de kans dat geen keizersnede nodig is en u vaginaal gaat bevallen. Maar ook bestaat de kans dat de keizersnede alsnog moet worden uitgevoerd en dan heeft het microbloedonderzoek de keizersnede vertraagd. Wanneer bij u geen microbloedonderzoek wordt gedaan bestaat de kans dat bij u een keizersnede wordt verricht, die achteraf gezien voor de baby misschien niet nodig was geweest. De meeste keizersneden verlopen ook zonder complicaties.

 

Is er extra belasting als u meedoet?

Deelname aan dit onderzoek betekent voor u geen extra belasting. Er worden in dit onderzoek bij u en uw baby geen extra verrichtingen, zoals bloed- of urineonderzoek, gedaan.

 

Wat gebeurt er als u niet mee doet?

Deelname aan dit onderzoek is geheel vrijwillig. Als u niet wilt deelnemen, hoeft u daarvoor geen reden te geven. Als u besluit om niet mee te doen zal dat geen enkele verandering brengen in uw verdere behandeling of begeleiding. Het heeft ook op geen enkele manier gevolgen voor het contact met uw arts/verloskundige. Als u toestemming heeft gegeven, dan kunt u die later altijd weer intrekken, zonder opgave van redenen. Wel vragen wij u het om het dan direct aan uw behandelend arts/verloskundige te melden.

Als u niet deelneemt aan het onderzoek dan worden u en uw baby behandeld volgens de standaardmethode in het ziekenhuis, dat wil zeggen met CTG-bewaking en zonodig microbloedonderzoek.

 

Vertrouwelijkheid van de gegevens

Alle gegevens die tijdens dit onderzoek over u worden verzameld, worden vertrouwelijk behandeld. De gegevens worden gecodeerd verzameld (d.w.z. zonder vermelding van uw naam, geboortedatum en adres). Anderen dan de onderzoekers hebben geen inzage in uw gegevens. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden in een wetenschappelijke publicatie. De gegevens zijn echter niet tot u herleidbaar. Ter controle van de studiegegevens kan het noodzakelijk zijn dat aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg inzage krijgt  in uw medisch dossier. Deze inzage vindt dan plaats onder verantwoordelijkheid van uw behandelend arts/verloskundige. Na afloop van het onderzoek wordt het onderzoeksdossier 15 jaar bewaard, daarna wordt het vernietigd.

 

Nadere informatie en/of klachten

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben met betrekking tot dit onderzoek, dan kunt u terecht bij uw behandelend arts/verloskundige, de verloskundige-onderzoeker, of bij een onafhankelijke arts.

Drs M. Woiski, gynaecoloog tel. 024-3614737, heeft zich bereid verklaard als onafhankelijk arts informatie en uitleg te willen geven en uw vragen over dit onderzoek te beantwoorden.

 

Wanneer u niet tevreden bent over de studie of de behandeling, dan kunt u dat het beste bespreken met uw behandelend arts of de afdelingsleiding. Wilt u dat niet, dan kunt u voor meer informatie over wat te doen met uw klacht terecht bij het voorlichtingscentrum in de centrale hal. Een formele klacht kunt u indienen bij het Instituut Waarborging Kwaliteit en Veiligheid van het UMC St Radboud t.a.v. de klachtenfunctionaris, antwoordnummer 540, 6500 VC Nijmegen.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Prof. dr. F. Vandenbussche, gynaecoloog

Afdeling Verloskunde/gynaecologie UMC St. Radboud

024- 3668083

 

Mevr. A. Heinis MPA,

Verloskundige-onderzoeker SCALP studie

Afdeling Verloskunde/gynaecologie UMC St. Radboud

024-3617769